INTERVIEW

Emile Roemer onderzocht de behandeling van arbeidsmigranten

‘HOE IS DIT MOGELIJK IN NEDERLAND?’

Tekst Adrie Boxmeer Beeld ANP

Emile Roemer praat met twee arbeidsmigranten over hun huisvesting op een bungalowpark in Ter Aar.

'DAT MAAR 1 PROCENT VAN DE BEDRIJVEN WORDT GECONTROLEERD IS NATUURLIJK EEN LACHERTJE'

‘Geen tweederangsburgers. Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten tegen te gaan.’ Zo heet het rapport dat het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten onder leiding van oud-SP-partijleider Emile Roemer ruim een maand geleden uitbracht. Roemer deed dat in opdracht van minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De oud-SP-voorman doet in het rapport een groot aantal aanbevelingen om de misstanden rond arbeidsmigranten aan te pakken. Die misstanden kwamen in april tijdens de eerste coronagolf in alle hevigheid aan het licht, toen onder arbeidsmigranten die werkten bij slachterijen veel besmettingen bleken te zijn. Oorzaak: op het werk stonden ze te dicht bij elkaar aan de lopende band en in hun krappe en vaak erbarmelijke woonruimte konden ze niet genoeg afstand houden. Hetzelfde gold voor de busjes waarin ze van en naar het werk werden vervoerd.

Van Roemer mogen in de toekomst alleen gecertificeerde uitzendbureaus aan de slag. Uitzendbureaus die niet voldoen aan de eisen voor een certificaat worden verboden. Verder mag de werkgever, vaak een uitzendbureau, niet langer tegelijk tevens de huisbaas van arbeidsmigranten zijn. Dat kan nu nog wel. Het gevolg: als een arbeidsmigrant wordt ontslagen is hij meteen zijn huisvesting kwijt. Hierdoor zijn buitenlandse werknemers volledig afhankelijk van hun werkgever en laten ze het wel uit hun hoofd om te klagen over misstanden.

Roemer wil dat werkgevers arbeidsmigranten bij hun komst in Nederland minimaal twee maanden een voltijds salaris betalen. Dit voorkomt de huidige situatie waarin buitenlandse werknemers als start vaak een nulurencontract krijgen, maar wel vanaf de eerste dag voor hun huisvesting moeten betalen, terwijl ze nog niets verdienen. Iedere arbeidsmigrant krijgt dan recht op minimaal 15 m2 aan woonruimte.

Roemer wil dat arbeidsmigranten een fatsoenlijke en heldere loonstrook krijgen. Kan een werkgever niet aantonen dat hij zijn buitenlandse werknemers volgens de regels en op tijd betaalt, dan wordt hij gedwongen om twee maanden het minimumloon op basis van een volledige werkweek uit te betalen.

De FNV is blij met de aanbevelingen. Toch zijn er nog wel wensen. Over de aanbevelingen en de wensen spraken we met Emile Roemer.

Meneer Roemer, u heeft voor uw rapport veel bedrijven bezocht en veel arbeidsmigranten gesproken. Wat is u hiervan het meest bijgebleven?

‘Dat de urgentie hoog is. Ik heb twintig jaar in de landelijke politiek gezeten. Dus ik wist al het nodige over de situatie van arbeidsmigranten. Maar in de praktijk zie je pas echt hoe die wereld eruitziet. Soms sprongen de tranen in mijn ogen en vroeg ik me af: hoe is dit mogelijk in een land als Nederland?'

U wilt strenge regels voor uitzendbureaus na vele jaren waarin er nauwelijks regels waren.

‘De afgelopen twintig jaar was zelfregulering het modewoord. Daar komen we steeds meer van terug, in het bedrijfsleven maar ook in de politiek.’

Uw rapport is niet het eerste over arbeidsmigranten. In 2011 deed een commissie onder leiding van CDA-Kamerlid Ger Koopmans dat ook al. Daar is echter weinig mee gebeurd. Hoe voorkomt u dat uw rapport bovenop dat van Koopmans in een la verdwijnt?

‘Omdat iedereen in de Tweede Kamer, van links tot rechts, onderschrijft dat er iets moet gebeuren. Daar heeft de coronacrisis zeker een rol bij gespeeld. Ook minister Koolmees vindt dat. De term 'aanjaagteam' kwam dan ook niet van mij, maar van hem. We hebben Koolmees veel praktische adviezen gegeven om te voorkomen dat het rapport uit het zicht verdwijnt. Zo stellen we voor dat het kabinet jaarlijks aan de Tweede Kamer rapporteert hoe het staat met de uitvoering van de aanbevelingen. Zo blijft het op de agenda staan. Daarnaast ben ik ervan overtuigd dat de FNV, maar ook andere sociale partners, niet zullen accepteren dat er niets gebeurt. Verder zijn er in maart Tweede Kamerverkiezingen. Alle partijen zijn bezig met hun verkiezingsprogramma. Ze hebben allemaal ons rapport gekregen. Daar gaan we zeker meer over horen.’

In Duitsland moet de vleesindustrie vanaf volgend jaar alle medewerkers in vaste dienst nemen. Inhuren via een uitzendbureau wordt verboden. Waarom heeft u dit ook niet voorgesteld?

‘Om arbeidsmigranten te beschermen heeft Duitsland er inderdaad voor gekozen om uitzendwerk te verbieden in de slachthuizen, maar ook alleen daar. Zij hebben er één sector uitgepakt, terwijl wij voor alle sectoren waar zo’n half miljoen arbeidsmigranten werken een oplossing hebben gezocht. Daarnaast heeft de commissie-Borstlap in januari de minister al geadviseerd over de aanpak van de op hol geslagen flexibilisering van de arbeidsmarkt. Wij wilden het werk van deze commissie niet overdoen. Maar je kunt het rapport van Borstlap en dat van mij niet los van elkaar zien. Daarom moeten dit kabinet en na de verkiezingen het volgende kabinet de aanbevelingen uit beide rapporten uitvoeren. Daarnaast had ik ook te maken met de beperkte opdracht die ik van de minister had gekregen. Die was: onderzoek of de bescherming van arbeidsmigranten beter kan. Ik heb de minister gevraagd of ik ook moest onderzoeken of het überhaupt wenselijk is dat er arbeidsmigranten zijn. Dat was nadrukkelijk niet mijn opdracht.’

FNV-bestuurder John Klijn berekende voor de vleesindustrie dat een werkgever jaarlijks ruim 10.000 euro aan loon bespaart als hij arbeidsmigranten inhuurt en geen mensen in vaste dienst neemt. Zolang dit enorme verschil blijft bestaan, blijven werkgevers arbeidsmigranten inhuren. Het gaat louter en alleen om geld.

‘Dat klopt en dat kan niet. Voor malafide uitzendbureaus zijn arbeidsmigranten een verdienmodel. Daarom moeten die bedrijven hard worden aangepakt om deze excessen uit te bannen. Dat doe je niet door goedwillende afspraken te maken. Daar is een wettelijk kader voor nodig. Maar ook de inleners pakken we aan. Als die in de toekomst in zee gaan met een niet-gecertificeerd uitzendbureau hangt hen een boete van 8000 euro per ingehuurde uitzendkracht boven het hoofd.’

Alles staat en valt bij goede controle. Op dit moment controleert de Inspectie SZW jaarlijks maar 1 procent van alle bedrijven. In 2023 moet dat 2 procent zijn, op basis van afspraken in het huidige regeerakkoord. Controle blijft een druppel op een gloeiende plaat.

‘Die 1 procent is natuurlijk een lachertje. Maar straks snijdt het mes aan twee kanten. Uitzendbureaus moeten dan niet alleen aan strenge eisen voldoen, ze moeten ook vooraf een waarborgsom betalen. Hierdoor zullen een heleboel bedrijven door de mand vallen. Als waarnemend burgemeester van Heerlen heb ik malafide autoverhuurbedrijven verplicht om een vergunning bij de gemeente aan te vragen. Slechts zeven van de vijftien dubieuze verhuurbedrijven die we in het vizier hadden deden dat. De andere verdwenen als sneeuw voor de zon. De drempel om in de toekomst een uitzendbureau te starten of voort te zetten wordt zo hoog dat er een heleboel zullen verdwijnen. Die hoeven niet meer te worden gecontroleerd. Handhaving wordt hierdoor een stuk makkelijker. Daarnaast pleiten we ervoor dat de Inspectie SZW fors wordt uitgebreid, want de pakkans moet flink omhoog.’

Wat verstaat u onder fors?

‘Zeker met honderd man. Maar ook andere instanties krijgen een rol bij de controle. Bijvoorbeeld gemeenten die een verhuurdersvergunning moeten verstrekken aan bedrijven die arbeidsmigranten willen huisvesten.’

U wilt een scheiding tussen ‘brood en bed’: werkgevers mogen geen huisbaas meer zijn. Maar u handhaaft wel de mogelijkheid dat werkgevers 25 procent van het minimumloon inhouden voor huisvesting. Dan blijft een arbeidsmigrant toch afhankelijk van zijn werkgever?

‘Ik heb die inhouding bewust gehandhaafd, omdat ik anders arbeidsmigranten letterlijk in de handen van huisjesmelkers jaag. Arbeidsmigranten krijgen in de toekomst huurbescherming. Als ze hun werk kwijt raken zullen ze niet direct op straat staan en zullen ze nog een maand verzekerd blijven. Bij die huisvesting speelt overigens nog iets anders. Er zijn nu nog te veel gemeenten die het prachtig vinden om een nieuwe werkgever, bijvoorbeeld op het gebied van de logistiek waarin veel arbeidsmigranten werken, binnen te halen. Maar als je vraagt hoe ze de huisvesting van die buitenlandse werknemers willen regelen, dan blijkt vaak dat ze daar nog niet over hebben nagedacht. Daarom is een van mijn aanbevelingen dat iedere gemeente een visie hierover moet ontwikkelen.’

Heeft u een oproep aan de politiek hoe ze met uw rapport moeten omgaan?

‘Neem mijn rapport onverkort over! In het rapport staan zo’n vijftig samenhangende adviezen. Je kunt daar niet uit shoppen. Voor diverse adviezen hoeft de wet niet eens te worden veranderd. Daarom adviseer ik de minister om zo snel mogelijk te beginnen. Voor andere zaken moet de wet wel worden veranderd. Mijn advies: bied dat als één pakket aan de Tweede Kamer aan omdat er een overduidelijke samenhang tussen de diverse adviezen is. En als blijkt uit het jaarlijkse verplichte verslag van het kabinet aan de Kamer dat de uitvoering van de aanbevelingen te langzaam gaat, dan hoop ik dat het parlement op z’n achterste benen staat.’

‘DE POLITIEK MOET MIJN RAPPORT ONVERKORT OVERNEMEN’

EMILE ROEMER (BOXMEER, 1962)

Van 1986 tot 2002 was Roemer leraar op twee basisscholen. In 1980 werd hij lid van de SP, in 1994 raadslid in Boxmeer, in 2002 wethouder. Van 2006 tot begin 2018 was hij lid van de Tweede Kamer, van 2010 tot eind 2017 fractievoorzitter. In maart 2018 werd hij waarnemend burgemeester van Heerlen. Hiermee werd hij de eerste burgemeester van de SP. In mei 2020 vroeg minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Roemer om het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten te leiden. Dat bracht in juni een eerste rapport uit over arbeidsmigranten tijdens de coronacrisis en eind oktober een tweede rapport met voorstellen tot structurele verbeteringen. Op 1 oktober werd Roemer waarnemend burgemeester van Alkmaar. Op 19 oktober vroeg minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat hem om de rijschoolbranche door te lichten. Zijn rapport hierover komt begin volgend jaar uit.

Deel deze pagina