ARBEIDSVOORWAARDEN

ZELFROOSTEREN: MOOI! MAAR IS ZO’N ROOSTER OOK ALTIJD GEZOND?

Tekst Adrie Boxmeer Beeld Erwin van Zandvoord

‘HET IS DUIDELIJK DAT NIET IEDER ROOSTER ALTIJD EVEN GEZOND IS’

Negentien werknemers bij aramidefabriek Teijin Aramid in Emmen maken door zelfroosteren een op hun wensen afgestemd rooster. Maar is dit ook altijd goed voor je gezondheid? FNV-roosterspecialist Erwin van Zandvoord ontwikkelde hiervoor een test. ‘Als er knelpunten uitkomen, bespreken we die met de roosterplanner.’

De meeste werknemers bij Teijin Aramid draaien volcontinu volgens het 2-2-2-principe: twee ochtenddiensten, twee avonddiensten, twee nachtdiensten en dan vier dagen vrij. Erwin van Zandvoord: ‘Dat is op zich een prima rooster, overzichtelijk met een beperkte fysieke belasting. De werkgever heeft een platte bezetting: overal en op elk moment hetzelfde aantal mensen. Dat kan echter een nadeel zijn als het productieproces pieken kent. Een ander nadeel: mensen zijn verschillend, de een is een ochtendmens, de ander een avondmens. Ook kunnen persoonlijke omstandigheden verschillen.’ Om aan deze nadelen iets te doen heeft Teijin Aramid de mogelijkheid ingevoerd voor zelfroosteren. Werknemers kunnen uit de diensten die de werkgever aanbiedt zelf een rooster samenstellen.

DRIE RONDES

Bij Teijin Aramid doen negentien werknemers dit. Hoe gaat dat ‘flexibel roosteren’, zoals het bedrijf het noemt? Erwin van Zandvoord: ‘Het rooster komt in drie rondes tot stand. In de eerste ronde geeft iedereen zijn keuze aan. Iemand weet niet wat zijn collega’s kiezen. Als er voor een bepaalde dienst voldoende mensen zijn, dan wordt die keuzemogelijkheid gesloten. In de praktijk blijkt echter vaak dat op een bepaalde dienst te veel is ingetekend en op een andere te weinig. In de tweede ronde kunnen werknemers dat zelf proberen op te lossen door te ruilen. Lukt dat onvoldoende dan werkt de roosterplannen de laatste knelpunten in de derde ronde weg.’

NIET ALTIJD EVEN GEZOND

Erwin van Zandvoord: ‘Het is duidelijk dat niet ieder rooster altijd even gezond is. Iemand die alleen maar ’s nachts wil werken en slechts nachtdiensten toegekend krijgt, is daar dus heel tevreden mee. Maar of dat nou gezond is? Het systeem geeft de fysieke nadelen van een bepaalde roosterkeuze echter niet aan. De softwareproducent is dat ook niet van plan, omdat dit de keuzemogelijkheden beperkt. Ten tijde van de coronacrisis, toen iedereen bij de FNV thuis moest werken, heb ik een model gemaakt dat de fysieke nadelen van een bepaalde roosterkeuze aangeeft. In overleg met de FNV heeft Teijin besloten dat in de volgende testfase de roosterplanner de fysieke consequenties van een bepaalde roosterkeuze met de werknemer bespreekt. We hebben met opzet voor de roosterplanner gekozen en niet voor de leidinggevende. Hiermee houd je het op het niveau van collega’s onder elkaar. Ook maak je de rol van de roosterplanner belangrijker.’

MOEILIJKE KEUZES

Dat is mooi, maar vroeg of laat kan het gaan wringen. Want blijft het bij een advies van de roosterplanner aan een werknemer om toch maar een ander rooster te kiezen, of gaat de werkgever ingrijpen als iemand zichzelf voor bijvoorbeeld te veel nachtdiensten inschrijft? Erwin van Zandvoord: ‘Dat zijn moeilijke keuzes. Ga je iemand iets verbieden of maak je een bepaalde keuze vanaf een bepaald moment onaantrekkelijker? Bijvoorbeeld dat je tot twintig nachtdiensten een toeslag betaalt en voor elke extra nachtdienst hierboven niet meer? Uiteindelijk moet de FNV hierover met de werkgever tijdens de cao-onderhandelingen tot afspraken komen.’

ROOSTERPLANNER

FNV kaderlid Jan Mink is een van de twee roosterplanners die bij de pilot rond zelfroosteren is betrokken. ‘Het is logisch dat onze rol belangrijker wordt. Want bij elke ploeg hoort een vaste leidinggevende. Als mensen nu zelf hun rooster kunnen samenstellen, hebben ze te maken met verschillende leidinggevenden. Die hebben dus niet meer het overzicht welke diensten iemand draait. Wij wel.’ De taak van de roosterplanners wordt zelfs de komende tijd uitgebreid: ze houden zich dan niet alleen bezig met de indeling van werknemers per ploeg, maar ook per werkplek. Lopen de planners hierdoor niet het risico dat ze steeds meer op de stoel van de leidinggevende gaan zitten, zonder dat ze hun bevoegdheden hebben? Jan Mink: ‘Daar ben ik niet bang voor. Wij nemen slechts een beperkt deel van de taken van de leidinggevende over, namelijk het inroosteren van mensen. Daar komt bij dat ik vroeger, net als de andere roosterplanner die bij het zelfroosteren is betrokken, leidinggevende ben geweest.’ Ook voor een ander probleem is Mink niet bang: dat je tegen een collega moet zeggen dat hij vanwege zijn gezondheid zichzelf niet zo vaak ’s nachts moet inroosteren. ‘Tot nu werkt dit systeem zonder financiële consequenties. Het bekent dat iemand in de nachtdienst evenveel verdient als iemand in de dagdienst. Het is aan de cao-partijen om te kijken of er andere toeslagen voor werken ’s nachts moeten worden ingevoerd. In de praktijk is het nu zo dat veel mensen juist niet een nachtdienst willen draaien. Ik moet dus het omgekeerde doen: zeggen tegen iemand dat hij wel een keer ’s nachts moet werken.’

‘WIJ NEMEN SLECHTS EEN BEPERKT DEEL VAN DE TAKEN VAN DE LEIDINGGEVENDE OVER’

Deel deze pagina