ARBEIDSMIGRANTEN

FNV: ‘UITZENDBUREAUS MOGEN NIET LANGER EN WERKGEVER EN HUIS­BAAS ZIJN’

Tekst Adrie Boxmeer Beeld Bert Janssen

Bart Plaatje

De FNV vindt dat er een verbod moet komen voor uitzendbureaus om naast werkgever ook huisbaas te zijn. Hiermee voorkom je dat bij ontslag arbeidsmigranten niet alleen hun werk maar ook hun onderdak kwijt zijn.

De FNV is al heel lang voorstander van de scheiding van bed en baan, omdat de koppeling de arbeidsmigrant totaal afhankelijk maakt van het uitzendbureau. Dat werd nog eens duidelijk tijdens de coronacrisis, die ervoor zorgde dat de erbarmelijke positie waarin veel arbeidsmigranten werken en wonen nu op de politieke agenda staat. Dat gebeurde onder meer door de uitbraak van corona in diverse slachthuizen. Die uitbraak werd in de hand gewerkt doordat veel arbeidsmigranten niet alleen in de slachterijen dicht op elkaar bleken te werken, maar ook in hun woning ‘hutje bij mutje’ op elkaar leefden. En ook nog met te veel mensen in te krappe busjes van en naar het werk werden vervoerd. Voor de autoriteiten was het aanleiding om twee slachthuizen van VION, de grootste slachter van Nederland, in Groenlo en Apeldoorn, tijdelijk te sluiten, alsmede de slachterij van Van Rooi Meat in Helmond.

AANJAAGTEAM

Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelde naar aanleiding hiervan een Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten samen onder leiding van Emile Roemer. De voormalige partijleider van de SP ging voortvarend van start. In juni, amper een maand na zijn aanstelling, presenteerde hij al zijn eerste aanbevelingen. Dat waren voorstellen om de positie van arbeidsmigranten tijdens de coronacrisis te verbeteren. Een deel van de voorstellen moet op korte termijn worden uitgevoerd, andere zijn voor de langere termijn. Dit najaar komt Roemer met een tweede rapport waarin hij meer structurele verbeteringen van de positie van arbeidsmigranten voorstelt.

ZEER KWETSBAAR

In zijn eerste rapport levert Roemer kritiek op de koppeling van bed en baan: ‘Keerzijde van het feit dat huisvesting en vervoer vaak worden geregeld door het uitzendbureau is dat arbeidsmigranten voor hun werk, huisvesting, vervoer en zorgverzekering afhankelijk zijn van een en dezelfde instantie. De afhankelijkheid leidt ertoe dat verlies van werk ook verlies van huisvesting en de zorgverzekering kan betekenen en dat huisvesters arbeidsmigranten boetes kunnen opleggen voor kleine vergrijpen. Deze afhankelijkheidsrelatie maakt mensen zeer kwetsbaar, omdat arbeidsmigranten zich vanwege de taalbarrière moeilijk zelf kunnen redden in het 'vreemde' Nederland. Gedurende de coronacrisis komen meermaals verhalen op tafel dat mensen in daklozencentra terechtkomen of over straat zwerven.’

HUISVESTING ONDERMAATS

Ook over de huisvesting is Roemer kritisch: ‘De kwaliteit van huisvesting van arbeidsmigranten is vaak ondermaats. Ook bestaat er een tekort aan kwalitatief goede en beschikbare huisvesting voor arbeidsmigranten. Als arbeidsmigranten dicht op elkaar wonen, is de kans op besmetting met en verspreiding van het coronavirus levensgroot. Daarbij speelt ook dat de samenstelling van de groep die één woning deelt, voortdurend aan verandering onderhevig is.’ Roemer doet de aanbeveling aan gemeenten om een visie te ontwikkelen op de bouw van woningen voor arbeidsmigranten. Gemeenten kunnen hierbij gebruik maken van geld dat het kabinet hiervoor beschikbaar heeft gesteld.

ONEERLIJKE CONCURRENTIE

Roemer heeft geen goed woord over voor malafide uitzendbureaus: ‘Dat zijn bedrijven die zich buiten alle overleggen houden die gericht zijn op verbetering van de situatie, niet aangesloten zijn bij brancheorganisaties en een businessmodel hanteren dat draait om maximaal concurreren op arbeidsvoorwaarden, werktijden en arbeidsomstandigheden en verdienen aan de woonvoorzieningen. Arbeidsmigranten die bij een dergelijk uitzendbureau in dienst zijn, werken vaak tegen slechte arbeids- en woonvoorwaarden en tegen een laag uurtarief. Dat is niet alleen laakbaar ten opzichte van de arbeidsmigrant, maar zorgt ook voor oneerlijke concurrentie met uitzendbureaus die wel netjes met hun medewerkers omgaan.

VERGUNNINGEN OF KEURMERKEN

Roemer roept de regering op om de ‘ketenaansprakelijkheid’ die uitzendbureaus en inleners gezamenlijk verantwoordelijk maakt voor de arbeidsvoorwaarden uit te breiden tot de arbeidsomstandigheden. Roemer: ‘Dit geeft de Inspectie SZW de mogelijkheid om bij geconstateerde tekortkomingen zowel richting de inlener als het uitzendbureau op te treden.' Ook wil Roemer dat het via vergunningen of keurmerken moeilijker wordt gemaakt voor mensen met ‘verkeerde intenties’ om een uitzendbureau te starten.

INFORMATIEKNOOPPUNT

Inmiddels heeft minister Koolmees gereageerd op de aanbevelingen van Roemer. Hij gaat kijken in welke regio’s de woonproblematiek voor arbeidsmigranten het grootst is. Gemeenten worden benaderd om nu aan de bak te gaan voor betere huisvesting. Om de ongewenste effecten van de koppeling van bed en baan tegen te gaan, stelt Koolmees voor dat de tijdelijke contracten waarmee arbeidsmigranten vaak huisvesting huren tussentijds niet opzegbaar moeten zijn. Omdat veel seizoenwerkers hier maar tijdelijk werken, hebben ze doorgaans geen huurcontract voor onbepaalde tijd. Met zo’n contract zouden ze automatisch onder de huurbescherming vallen. Om ervoor te zorgen dat arbeidsmigranten beter worden geïnformeerd over hun rechten neemt Koolmees de aanbeveling van Roemer over om een centraal informatieknooppunt te ontwikkelen. Er komt een proef samen met de gemeente Westland waarbij wordt onderzocht op welke manier arbeidsmigranten het beste kunnen worden voorgelicht over arbeidsvoorwaarden en veilig en gezond werken en hoe ze voor hun rechten kunnen opkomen.

REACTIE FNV

Bart Plaatje coördineert bij de FNV de acties ter verbetering van de positie van arbeidsmigranten. Wat vindt hij van de aanbevelingen van Roemer en het antwoord van minister Koolmees? ‘Ik vind de aanbevelingen van Roemer heel goed. Het antwoord van de minister is daarentegen nogal vaag. Hij pleit ervoor dat tijdelijke huurcontracten van arbeidsmigranten tussentijds niet opzegbaar zijn. Dat gaat niet ver genoeg. Er moet nu echt een verbod komen op de combinatie van werkgever en huisbaas zijn. Een werkgever mag van mij best huisvesting aanbieden, maar hij mag niet meer de huisbaas zijn. Het is een kwestie van beschaving dat we die twee dingen ontkoppelen.’ Plaatje is druk bezig om een meerderheid van de Tweede Kamer achter dit voorstel te krijgen.

DUITS VERBOD

Een volgende stap die Bart Plaatje graag ook in Nederland wil realiseren, wordt vanaf 2021 ingevoerd in Duitsland. Daar moet de vleesindustrie medewerkers dan rechtstreeks in dienst nemen. Inlenen via een uitzendbureau wordt verboden. De maatregel is genomen nadat in juni corona uitbrak bij de Duitse megaslachter Tönnies. In een slachterij bleken 1500 van de 6000 medewerkers besmet te zijn. Het ging hierbij in de meeste gevallen om arbeidsmigranten die via een uitzendbureau voor Tönnies werkten. De Duitse autoriteiten namen om de uitbraak te beteugelen drastische maatregelen: zo werd een heel flatgebouw in het nabijgelegen Gütersloh, waar veel van de besmette medewerkers woonden, met hekken van de buitenwereld afgesloten. Plaatje wil dat Nederland dezelfde stap neemt als Duitsland. ‘De vleesindustrie verplichten zelf de medewerkers in dienst te nemen, is zeker 80 procent van de oplossing van alle problemen.’